![]() |
|
Die groote hoed waait aanstonds toch maar af [17-7-2004] Hier wonen gewone rustige Nederlanders, boeren en landarbeiders veelal die we eens in hun doen en laten willen gadeslaan. We spreken de vrouw des huizes juist aan bij een verstandig karweitje. Ze is bezig met de inhoud van de kledingkast. En daar doet ze goed aan, want in de zon hangen en luchten is een weldaad voor de kleren. Goed uitschuieren, de zakken binnenste buiten gekeerd, dat heeft al menig motten het leven gekost. Een werkschort is goed en nuttig, maar het is voor de huisgenoten wel wat prettiger als er tijdens de maaltijd een anders schort voor in de plaats komt. Jaja, zo'n nichtje uit de stad is op het platteland niet gewend. Haar rokje is veel te nauw, en zo'n loshangende mantel is ook lastig. Juist, dat is verstandig. Die groote hoed waait aanstonds toch maar af. [lees andere artikelen] |
|