![]() |
|
Zomertijd / Wintertijd [17-12-2008] Ingang zomertijd, ingang wintertijd. De Zomertijd begint op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur. De Wintertijd begint op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur. In 2009 gaat de zomertijd in op zondag 29 maart In 2009 gaat de wintertijd in op zondag 25 oktober De huidige tijd is: Tot begin de 20e eeuw had nagenoeg elke plaats in ons land zijn eigen tijd, omdat voor de tijdbepaling werd uitgegaan van de hoogste stand van de zon. Omdat de zon in het oosten opkomt en in het westen ondergaat werd de hoogste zonnestand in het oosten van ons land een kwartier eerder bereikt dan in het westen van het land. De komst van de spoorwegen maakte invoering van een landelijke standaardtijd noodzakelijk. Van 1909 tot 16 mei 1940 kende Nederland de "Amsterdamse tijd", die 20 minuten voorliep op de West-Europese tijd (Greenwich Mean Time) en 40 minuten achter op de Midden-Europese Tijd. Dus 12:00 uur in Nederland was 11:40 in Londen en 12:40 in Berlijn.Overgang naar de huidige Middeneuropese Tijd vond plaats op 16 mei 1940: op bevel van de Duitse bezetters werd de klok toen één uur en 40 minuten vooruit gezet. Die zomertijd duurde ook gedurende de winters van 1941 en 1942. Pas in november 1942 werd de klok weer één uur teruggezet. In de jaren 1943-1945 gold alleen 's zomers de zomertijd, maar in 1946 werd deze voor een periode van ruim dertig jaar geheel afgeschaft. Voor de tijdrekening die we nu kennen is de aarde verdeeld in 24 zones, waarin een standaardtijd geldt. Als maatstaf (universele tijd) wordt de tijd van Greenwich in Engeland genomen. Nederland en het grootste deel van Europa liggen in de zone ten oosten daarvan, waarin het een uur later is dan in Greenwich, de Middeneuropese Tijd. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 oktober 2001, kenmerk BW2001/U88324, directoraat-generaal Openbaar Bestuur; Gelet op de richtlijn nr. 2000/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2001 inzake de bepalingen op het gebied van de zomertijd (PbEG 2001, L 31/21), alsmede op artikel 1, tweede lid, van de wet van 16 juli 1958, Stb. 352, tot nadere regeling van de wettelijke tijd; De Raad van State gehoord (advies van 8 november 2001 W04.01.0529/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2001, kenmerk BW2001/95508; Hebben goedgevonden en verstaan:Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder zomertijd: de periode van het jaar waarin de klok ten opzichte van de tijd gedurende de rest van het jaar zestig minuten vooruit wordt gezet. Artikel 2. De Midden-Europese zomertijd vangt met ingang van 2002 aan op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur en eindigt op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur. Artikel 3. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 's-Gravenhage, 5 december 2001. Beatrix. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K. G. de Vries.Uitgegeven achttiende december 2001. De Minister van Justitie, A. H. Korthals [lees andere artikelen] |
|